Seveso III

Seveso III is regelgeving van de Europese Unie ten behoeve van de 28 lidstaten. Zij dient ter verbetering van de veiligheid van sites waar een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.

Grote industriële ongevallen met gevaarlijke stoffen vormen een grote bedreiging voor mens en milieu. Dergelijke ongevallen veroorzaken daarnaast enorme economische verliezen en verstoren duurzame groei. Gebruik van grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen zijn in sommige industriële bedrijfstakken, die vitaal zijn voor een moderne geïndustrialiseerde samenleving, onvermijdelijk. Om de bijbehorende risico's te minimaliseren zijn maatregelen nodig om zware ongevallen te voorkomen en is het nodig de gereedheid en reactie te waarborgen mocht een dergelijke ongeval toch gebeuren.

In Europa zorgde het zware ongeval in de Italiaanse stad Seveso in 1976 ervoor dat inzake preventie en bestrijding van dit soort ongevallen Europese wetgeving werd aangenomen, de zogenaamde Seveso-richtlijn (richtlijn 82/501/EEG). Naar aanleiding van ongevallen in Bhopal, Toulouse en Enschede resulteerden de aldaar geleerde lessen in Seveso II (Richtlijn 96/82/EG). In 2012 werd de Seveso III richtlijn (richtlijn 2012/18/EU) aangenomen, rekening houdende met onder andere de gewijzigde wetgeving van de Unie over de classificatie van de chemische stoffen. De rechten van de burger en justitie om toegang te krijgen tot informatie over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en de genomen risico reducerende maatregelen leiden tot een nieuwe informatieplicht voor de betrokken industrie.

De richtlijn geldt nu voor meer dan 10 000 industriële bedrijven in de Europese Unie, waar gevaarlijke stoffen in grote hoeveelheden worden gebruikt of opgeslagen, dat geldt vooral voor de sectoren van de chemische, petrochemische, logistieke en metaalraffinage industrie. Gezien de zeer hoge mate van industrialisatie in de Europese Unie heeft de Seveso-richtlijn bijgedragen aan het bereiken van een lage frequentie van zware ongevallen. De richtlijn wordt alom beschouwd als een benchmark voor het beleid ter voorkoming van arbeidsongevallen en is een rolmodel voor de wetgeving in veel landen wereldwijd geweest.